
“De logica van de gerechtigheid verlangt dat een enkel, onverbiddelijk oordeel over de Joden geveld wordt, namelijk dat hun misdadige bedoelingen tegen hen gekeerd worden en zij uitgeroeid worden.” Met zulk lesmateriaal groeiden Syrische vluchtelingen naar het Westen op.
Günther Jikeli neemt in zijn nieuwe studie “Von Damascus nach Berlin – Antisemitismus unter syrischen Geflüchteten in Deutschland” ook uitgebreid de inhoud van Syrische schoolboeken onder de loep. Hij baseert zich daarbij op twee studies die begin deze eeuw uitkwamen en ook op een vrij recent onderzoek over de actualisering van Syrische lesstof in 2017/18.
De meeste Syrische vluchtelingen van rond 2015 kenden alleen de oude schoolboeken. “In geen enkel leerboek stond ook maar één positieve zin over Jodinnen en Joden”, tekent Jikeli aan. In plaats daarvan werden “de Joden” zowel als vijanden van de Arabieren als van Allah afgeschilderd. “En dat vanaf de Oudheid, sinds de beginjaren van de islam en de profeten of zelfs gedurende de gehele geschiedenis van de mensheid.”
Grotesk genoeg, aldus de onderzoeker, ontzeggen de Syrische leerboeken Jodinnen en Joden een historische relatie met Palestina en Jeruzalem. De Jodinnen en Joden van vandaag zouden niet de nakomelingen van de Hebreeërs zijn, maar volgens de samenzweringsfantasie voor 90 procent de nakomelingen van Chazaren, een volk op de Krim.
In de schoolboeken wordt het bestaan van een Joods volk gladweg geloochend. Jodinnen en Joden zouden puur een godsdienstige gemeenschap zijn. Echter die zou, krachtens haar religie, racistisch ingesteld zijn. De haat van de volken op de wereld jegens Jodinnen en Joden zou ook gerechtvaardigd zijn, evenzo de vervolging door de nazi’s.
Opmerkelijk die laatste antisemitische legitimatie, want zo tekent Jikeli aan: “ook wanneer op de Holocaust niet wordt ingegaan” In dat licht klinkt de bewering in de schoolboeken dat Jodinnen en Joden de vervolging zouden overdrijven even wonderlijk, tegenstrijdig.
Op welhaast obsessieve wijze behandelen de Syrische schoolboeken de Joodse staat. Israël heet een racistisch, kunstmatig kankergezwel, specifiek gericht op de vernietiging van de Palestijnse en Arabische identiteit. Zionisme zou hetzelfde zijn als nationaalsocialisme, alleen erger… Het verlies van Palestina in 1948 heeft vernedering en schande over alle Arabieren en moslims gebracht. “En zelfs voor de gebrekkige economisch vooruitgang en de ontbrekende eenheid van de Arabische naties wordt Israël de schuld gegeven”, vat de hoogleraar samen.
En passant verheerlijken de Syrische schoolboeken aanvallen op Israël, inclusief die op civiele doelen, terrorisme dus. Dat alles onder de islamitische noemer van “jihad”, nagenoeg de plicht van alle moslims en Arabieren. Die boodschap komt op velerlei wijze terug in het lesmateriaal (bijvoorbeeld in gedichten, grammaticale oefeningen).
Tal van opgaven sporen de leerlingen bovendien aan antisemitische hersenspinsels zelf te reproduceren. Zo kregen leerlingen tijdens een geschiedenisles de vraag voorgelegd: “Waarom hebben de Joden de heidense stammen opgestookt om Medina binnen te vallen?” In aansluiting op deze tot anti-Joodse vooroordelen bijkans provocerende vraag moesten de leerlingen zelf een verband bedenken met de eigen tijd: “Vergelijk de toenmalige houding van de Joden tegenover de profeet met de huidige houding van de zionisten tegenover de Arabische natie.”
Treffend is de benaming van het vak dat in vertaling “nationaalsocialistische opvoeding” heet. Dit schoolvak zet leerlingen aan “de motieven voor de toorn van de volken tegen de Joden in de samenlevingen, waarin zij verkeren, te benoemen”. Commentaar van Jikeli: “Schuld aan het antisemitisme dragen derhalve “de Joden” zelf.” Bij deze opdracht moeten de leerlingen “creatief” op zoek naar het Joodse gedrag waardoor de woede van de volken zou worden opgewekt.
Günther Jikeli resumeert de bevindingen van Renate Heugel die in 2013 een uitvoerige studie publiceerde over de behandeling van de Duitse geschiedenis in Syrische schoolboeken. Tijdens een verblijf in Syrië begin deze eeuw voor taalonderzoek was Heugel verrast door de bewondering voor Duitsland die ze te horen kreeg, “meestal begeleid door een diepe verering van Adolf Hitler bij mannelijke en van Eva Braun bij vrouwelijke gesprekspartners”. De Duitse onderzoeker komt tot de conclusie dat het beeld van de Duitse geschiedenis in Syrische schoolboeken tot deze bewondering voor de Führer leidde.
Dat beeld vertoonde trouwens wel veelzeggende historisch hiaten, informeert Jikeli in zijn samenvatting van de studie van Heugel. Zo wordt de Shoa niet vermeld en ontbreekt de samenwerking tussen Arabische nationalisten en de nationaalsocialisten tijdens en na de Tweede Wereldoorlog volledig. De schoolboeken geven het beeld van een gemeenschappelijke vijand door -“de Joden” en de imperialistische staten- die zowel Syrië als Duitsland bedreigen. Hitlers verdienste is het geweest, aldus de boodschap van de Syrische geschiedenisboeken, dit gevaar onderkend en bestreden te hebben, luidt de conclusie.
Een onderzoek naar geactualiseerd leesmateriaal (2017/2018) analyseerde 61 schoolboeken. Ook deze studie trof expliciet antisemitisme aan. In geschiedenisboeken gaan de Joden tijdens de opkomst van de islam door voor verraders, oplichters, lieden die een loopje nemen met verdragen. Vast onderdeel van de lesstof vormt “De koopman van Venetië” van William Shakespeare. De antisemitische stereotypen in dit stuk krijgen alle aandacht. Woeker, gierigheid, hebzucht ‘horen’ bij “de Joden”.
“De Holocaust wordt ook in de nieuwere geschiedenisboeken niet genoemd”, schrijft prof. Jikeli. “In een opsomming van de aantallen slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog ontbreken Jodinnen en Joden geheel.”
In de herziene schoolboeken figureert het Jodendom opnieuw als een extremistische religie. Als motief door deze depreciatie wordt aangevoerd dat de aanhangers van het Jodendom zich als het uitverkoren volk van God zouden beschouwen.
De nieuwere Syrische lesboeken schetsen als het ware een visioen, een wensbeeld, van het vaderland. Dit revolutionaire, anti-imperialistische en antikolonialistische groot-Syrische rijk zou het gebied van de huidige staten Libanon, Syrië, Jordanië en Israël beslaan, inclusief de Palestijnse gebieden.
“Voor Israël is daar geen plaats”, commentarieert Jikeli. “Consequent wordt Israël derhalve dikwijls slechts als terroristische, racistische of zionistische “eenheid” aangeduid. De Joodse staat geldt als principieel illegitiem en dient met alle middelen te worden bestreden, terrorisme en zelfmoordaanslagen inbegrepen, die als “verzet” worden gerechtvaardigd. Scholieren moeten zich met Palestijnen solidariseren, ja zelfs identificeren.” Ter illustratie daarvan een opgave voor Syrische scholieren: “Geef in twee zinnen je bewondering weer voor het weerbare volk van Palestina, dat het land Palestina en Jeruzalem verdedigt.”
De lectuur van Syrische schoolboeken over het conflict (de oorlogssituatie is nog altijd van kracht!) met Israël leidt slechts tot één conclusie: het is een existentieel conflict, waarbij het niet alleen gaat om grondgebied zoals de Golanhoogten of grensafbakeningen, maar om de vernietiging van Israël. Daarin is de gevallen Assad-dynastie niet geslaagd. Een essentiële les voor de huidige machthebbers in Damascus.
Vierde en laatste bijdrage in een serie over het zojuist verschenen boek van prof. dr. Günther Jikeli, “Von Damaskus nach Berlin – Antisemitismus unter syrischen Geflüchteten in Deutschland”, Georg Olms Verlag, Baden-Baden 2025.
Reactie plaatsen
Reacties